Wie thuis werkt, zoekt vaak elke dag een andere plek. De ene keer is het de keukentafel, de andere keer de bank of zelfs de rand van het bed. Daardoor moet er telkens opnieuw worden opgesteld en weer opgeruimd. Bovendien weet je hoofd niet goed wanneer het tijd is om te werken. Een vaste plek lost een groot deel van dat probleem op.
Kies daarvoor een hoek waar je met rust gelaten wordt. Bij voorkeur staat die niet in het midden van de doorgang of vlak naast de televisie. Een tafel met een stevige stoel is daarbij belangrijker dan een mooi meubel. Zorg dat je je spullen binnen handbereik hebt. Zo hoef je niet steeds op te staan om iets te zoeken.
Licht en ruimte
Let ook op het licht. Een plek bij het raam is prettig, zolang de zon niet recht op je scherm valt. Bij gebrek aan daglicht kan een lamp op de tafel al veel doen. Zet het scherm zo dat je er zonder te draaien recht voor zit. Kleine keuzes als deze maken op een hele dag een groot verschil.
Laat de plek ook echt een werkplek zijn. Leg er alleen dingen die bij het werk horen, en ruim de rest weg. Zo kijk je niet steeds naar de strijkplank of de post. Wie weinig ruimte heeft, kan alles aan het einde van de dag in een doos opbergen. Zo verdwijnt het werk uit het zicht zodra de dag voorbij is.
Praat ook met de mensen in huis over deze plek. Leg uit dat het een werkplek is en dat je er niet altijd gestoord wilt worden. Een klein teken, zoals een gesloten deur, kan voldoende zijn. Zo weet iedereen wanneer je bereikbaar bent en wanneer niet. Dat brengt rust voor jou en voor de anderen.
Na verloop van tijd went je hoofd aan die vaste plek. Zodra je gaat zitten, schakelt je aandacht bijna vanzelf om naar het werk. Zodra je opstaat, mag het werk ook echt achterblijven. Op die manier krijgen werk en thuis elk hun eigen plaats. Het vraagt maar weinig moeite en het levert elke dag winst op.