Sommige mensen werken het best in de vroege ochtend, anderen pas laat in de namiddag. Dat verschilt van persoon tot persoon. Toch plannen veel mensen hun taken zonder daar rekening mee te houden. Zwaar werk komt dan terecht op een moment waarop het hoofd het minst wil meewerken. Dat voelt als tegenwind, terwijl het vaak gewoon een kwestie van timing is.
Om je eigen ritme te vinden, kun je een paar dagen lang observeren. Let erop wanneer je gemakkelijk in een taak komt en wanneer je steeds afgeleid raakt. Schrijf het kort op aan het einde van een werkblok. Je hoeft geen ingewikkelde lijst bij te houden, want een paar woorden volstaan. Na een tijd tekent zich vanzelf een patroon af.
De zware taken op het juiste moment
Zodra je het patroon kent, kun je je dag anders opbouwen. Zet de taken die veel denkwerk vragen op het moment waarop je het scherpst bent. Bewaar de lichtere taken, zoals opruimen of eenvoudige berichten, voor de rustigere momenten. Zo gebruik je je energie daar waar ze het meest oplevert. Je merkt vlug dat het werk vlotter gaat.
Ook vergaderingen kunnen daarbij een rol spelen. Vaak worden ze zonder na te denken in de ochtend gezet, net wanneer sommigen hun beste uren hebben. Heb je invloed op de agenda, plan overleg dan liever in een minder scherpe periode. Zo blijven de geconcentreerde uren beschermd. Kijk daarvoor samen met je collega's naar wat het best past.
Wees niet te streng voor jezelf als een dag anders loopt dan gepland. Slaap, het weer en de drukte om je heen beïnvloeden ook de concentratie op een dag. Een goed ritme is een richtlijn en geen wet. Kijk elke week even terug op wat wel en wat niet werkte. Pas dan rustig je planning aan.
Wie zijn eigen beste moment kent, werkt met minder frustratie en meer voldoening. De dag krijgt een duidelijke opbouw waarin zware en lichte taken elkaar afwisselen. Je begint de belangrijke taken met vertrouwen omdat je weet dat je er klaar voor bent. Zo wordt tijd een bondgenoot in plaats van een tegenstander. Het begint met gewoon eens goed te kijken.